Bloedverwerking
De aanmaak van bloedproducten gebeurt in de 4 componentenlabs van de Bloedinstelling. Elk bloedtransfusiecentrum heeft een componentenlab dat werkt volgens de normen opgelegd door de wetgever en door het CAF. De correcte toepassing van deze normen wordt beheerd door het kwaliteitsmanagementsysteem van de Dienst voor het Bloed.
Specifieke producten
Zo snel mogelijk na de afname wordt het bloed gesplitst in zijn verschillende bestanddelen: rode bloedcellen, bloedplasma en bloedplaatjes. Bloedproducten worden op die manier zo specifiek mogelijk gebruikt. Zo springen we zuiniger om met bloed en kunnen onnodige bloedbestanddelen geen neveneffecten veroorzaken. Het precieze aantal jaarlijkse bloedbereidingen vindt u in de cijfers bloedbereiding.
Geavanceerde veiligheidstechnieken
Op elk bloedproduct wordt deleukocytering (verwijdering van witte bloedcellen) toegepast. De transfusie van witte bloedcellen kan immers de productie van antistoffen veroorzaken bij de patiënt, wat zich uit in transfusiereacties als koorts, rillingen of ernstigere complicaties. Bovendien vormt deleukocytering een extra bescherming tegen transmissie van het cytomegalovirus (CMV).
Op plasma worden virusinactivatietechnieken toegepast (methyleen blauw methode). Op die manier wordt een hele reeks bloedoverdraagbare pathogene agentia geïnactiveerd (HIV-, HBV- en HCV-virus). Enkel op autoloog plasma is er geen virusinactivatie.
Bereidingswijze
De bereidingswijze is verschillend per bloedproduct:
- plasma
Optimale bewaring
De bloedbanken beschikken over koelkasten waar elk bloedproduct onder specifieke omstandigheden wordt bewaard:
- rode bloedcellen: bewaring tussen 2 en 6 °C, gedurende maximaal 42 dagen
- plasma: ingevroren bij een temperatuur van -40 °C, blijft langer dan een jaar bruikbaar