ABO- bloedgroepbepaling

Indicatie

Bij elke bloedtransfusie is de correcte bepaling van de ABO- bloedgroep van donor en patiënt zeer belangrijk. Als een patiënt bloed van een donor met incompatibele ABO-bloedgroep krijgt, maakt de patiënt anti-A- en/of anti-B-antistoffen aan. Dat kan tot zeer ernstige hemolytische transfusiereacties leiden met soms fatale afloop.

Vereist monster

1 EDTA, veneus
Neonati: min 100 µl
Max. 7 dagen oud

Verloop van de test

Voorproef en tegenproef

De ABO- bloedgroepbepaling bestaat uit een voorproef en een tegenproef. In de voorproef wordt de aan- of afwezigheid van de bloedgroepantigenen opgespoord door middel van commerciële monoklonale antisera. In de tegenproef wordt het plasma (serum) van de patiënt onderzocht op de aan- of afwezigheid van anti-A- en anti-B-antistoffen met behulp van testerytrocyten. De uitkomsten van voor- en tegenproef moeten complementair zijn. Als er discrepanties optreden is verder onderzoek noodzakelijk.

Twee stalen voor de veiligheid

De ABO- bloedgroep van een patiënt staat pas vast als die bepaald wordt op twee afzonderlijke, onafhankelijke stalen. Dat is nodig om fouten te vermijden door verkeerde staalafname of foute identificatie. Het lab IH van DvB kan geen bloedgroepkaartje bezorgen als aan deze voorwaarde niet is voldaan.

Pasgeborenen

Bij pasgeborenen jonger dan 6 maanden kan de ABO-D bloedgroep niet definitief worden vastgesteld, omwille van zwakke of ontbrekende anti-A- of anti-B-antistoffen in het serum. Daarom levert het lab IH van DvB voor pasgeborenen nooit een bloedgroepkaartje af

Aanvraagformulier 

print