Testen voor bloedtransfusie

Bloed krijgen: soms een risico

Een transfusie van bloedcellen of bloedplaatjes verloopt meestal vlot. Dan is tussenkomst van HILA niet nodig. Toch krijgen sommige patiënten complicaties. Ze krijgen koorts, het aantal bloedplaatjes stijgt niet na de transfusie, enzovoort. In feite verweert hun lichaam zich tegen het donorbloed en begint het antistoffen te produceren.

Sommige patiënten hebben een aandoening waardoor het niet eenvoudig is geschikt bloed te vinden. In enkele gevallen zijn de complicaties levensbedreigend, denk maar aan pulmonaal oedeem bij TRALI (Transfusion Related Acute Lung Injury).

Bloedtypering en screening voor antistoffen

Als er complicaties optreden, levert HILA de noodzakelijke HLA- en HPA-typeringen. Daarnaast typeren we ook rode bloedcellen, meestal voor patiënten met auto-immune hemolytische anemie of patiënten met antistoffen die reeds werden getransfundeerd.

In sommige gevallen kunnen baby's geboren worden met heel weinig bloedplaatjes (neonatale allo immune trombopenie – NAITP). In die gevallen zullen wij HPA typeringen uitvoeren bij mama, papa en baby. HPA antistoffen, die verantwoordelijk kunnen zijn voor deze aandoening, worden opgespoord bij de mama.

Met de nieuwe methodes voor antistofscreening tegen HLA en HPA weten we erg snel waartegen de patiënt antistoffen heeft. Met de resultaten van de typeringen kunnen bloedproducten geselecteerd worden die zoveel mogelijk rekening houden met de weefsel- en bloedtypes van de patiënt.

Ook voor bloeddonors

Ons lab voert ook regelmatig typeringen uit op bloed van vrijwillige bloed(plaatjes)gevers. Zo vergroot de kans om geschikte donors te vinden voor patiënten die enkel voor identieke of kruisproefnegatieve bloedplaatjes in aanmerking komen. We werken daarvoor nauw samen met de bloedafnamediensten van de verschillende bloedtransfusiecentra van het Rode Kruis en de behandelende artsen.

Analyse aanvragen

Gebruik het aanvraagformulier.

print