Veelgestelde vragen
- Welke bloedstaal lever ik aan voor een HLA-typering?
- Welke bloedstalen lever ik aan voor een HLA-kruisproef of autotest?
- Kan men het DNA-type van een patiënt nog bepalen nadat die een bloedtransfusie heeft gehad?
- Welke test vraag ik aan voor HLA-geassocieerde ziekten?
- Wat is PCR?
- DNA (basis)
- DNTPs (DNA-bouwstenen)
- Enzyme (een DNA-polymerase voor de aanmaak van de DNA-amplicons)
- Buffer
En ook - Specifieke primers (kleine DNA-fragmenten van +/- 20 basen). De primers worden zodanig gekozen dat ze passen bij de DNA-sequentie die we willen bestuderen.
- Denaturatie van de DNA-dubbelstreng
Bij hoge temperatuur worden de twee DNA-strengen van elkaar losgemaakt. - Primer-hybridisatie
Specifieke primers hechten zich uitsluitend vast op het complementaire stuk van het DNA, dus enkel als het stuk volledig overeenkomt met de primer. - Polymerisatie
De nieuwe DNA-streng wordt vervolledigd tijdens de extensiefase onder invloed van het enzyme (DNA-polymerase).
1. Welke bloedstaal lever ik aan voor een HLA-typering?
Voor een HLA-typering volstaat een EDTA-staal van 5 ml. Identificeer de monsters volledig met naam, voornaam en geboortedatum van de patiënt. Vermeld bij voorkeur ook het unieke identificatienummer (zie aanvraagformulier).
2. Welke bloedstalen lever ik aan voor een HLA-kruisproef of autotest?
Voor een HLA-kruisproef of autotest bezorgt u ons verse bloedstalen van patiënt en donor. Ze moeten maximaal 72 uur na afname in het lab zijn. Hieruit zal de laborant lymfocyten isoleren. Deze moeten levend zijn, zo niet kan er geen cytotoxiciteitstest worden uitgevoerd. Aangezien deze testen onmiddellijk uitgevoerd dienen te worden bij aankomst in het labo, worden ze enkel op afspraak uitgevoerd d.w.z. na telefonisch contact tussen de transplantcoördinator en HILA.
Het bloed wordt bij voorkeur afgenomen op ACD anticoagulans. Daarnaast stuurt u ons serum van de patiënt, afkomstig van de stolbuis. U kunt de afnamebuizen op het laboratorium bestellen, als u deze niet beschikbaar heeft.
3. Kan men het DNA-type van een patiënt nog bepalen nadat die een bloedtransfusie heeft gehad?
Ja dat kan. Na een transfusie met rodebloedcelconcentraten (erytrocyten), bloedplaatjes of plasma kunnen we probleemloos het HLA-type en de eigen antigenen van de patiënt bepalen. Bij een bloedtransfusie is er immers geen overdracht van het DNA van de donor. Rode bloedcellen bevatten geen DNA en het aantal resterende witte bloedcellen in het transfusiebloed is zo laag dat ze niet met de testen interfereren.
Let op! Na een transfusie met granulocytantistoffen kan men geen perifeer bloed gebruiken voor het uitvoeren van HLA- typeringen.

4. Welke test vraag ik aan voor HLA-geassocieerde ziekten?
Zie lexicon
5. Wat is PCR?
PCR staat voor Polymerase Chain Reaction. Het is het exponentieel amplificeren van een specifiek stukje DNA. De componenten zijn:
Een PCR verloopt in drie stappen:
